Dossier STERIGENICS: Het FANC heeft een onderzoek ingesteld en informeert het publiek
De media hebben op 10 en 11 mei 2006 alarmerende berichten bekendgemaakt over een abnormaal hoge blootstelling van het ganse personeel van Griffith Mediris, nu Sterigenics, ingevolge een incident op de site van Fleurus in 1999
Het FANC heeft een onderzoek ingesteld en informeert het publiek
1.Inleiding
Ingevolge de publicatie van een « testament » door nabestaanden van een ex-werknemer van Griffith Mediris, die in 2003 overleden is tengevolge van een hartaanval, heeft de nationale pers een aantal elementen verspreid m.b.t. de arbeidsomstandigheden in dit bedrijf en m.b.t. een ontoelaatbare blootstellingen bij de exploitatie van de bestralingseenheden ervan. Het FANC doet geen uitspraak over de huidige of voormalige relaties tussen de werknemers en de directie. Het behoort evenmin aan het FANC om een uitspraak te doen over de gezondheid van de werknemers en de opvolging ervan; dit is de bevoegdheid van de arbeidsgeneeskunde. Ook nu heeft het FANC, net zoals het toen ingevolge de bestraling van een werknemer op 11 maart 2006 in de installatie van Sterigenics gedaan had, een onderzoek ingesteld naar de aspecten van de bescherming van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende straling.
2.De gecontroleerde zones en de beroepshalve aan straling blootgestelde personen in de installaties van Sterigenics
STERIGENICS te Fleurus is een bedrijf dat medisch materiaal en voedingsmiddelen steriliseert. Dit bedrijf heeft twee bestralingseenheden die gebruik maken van gammastralen afkomstig van radioactieve bronnen van cobalt 60 (Co-60). De radioactieve Co-60-bronnen zitten in bestralingscellen met een muurdikte van 2 meter beton die de afscherming vormt voor de straling wanneer de bestralingseenheid in werking is. Gedurende de bestraling worden de toegangsdeuren van de cel gesloten en vergrendeld. Niemand mag dan de cel betreden. Wanneer er geen enkele productie aan de gang is, worden deze bronnen op de bodem van een waterbekken met een diepte van 5 à 6 meter ondergebracht. Het water zorgt dan voor een biologische afscherming, waardoor de operatoren de cel, die dan “gecontroleerde zone” genoemd wordt, kunnen betreden om er onderhoudswerken of de nodige interventies uit te voeren. Deze operatoren worden beschouwd als beroepshalve blootgestelde personen. Het dosisdebiet aan de buitenkant van de afschermingsmuren van de bestralingseenheden werd gemeten op het ogenblik dat de bestralingseenheden werden opgeleverd en werd periodiek gecontroleerd door de dienst voor de fysische controle van de installatie. De waarden lagen lager dan de limieten die gespecificeerd werden in het kader van de oplevering van de bestralingseenheden. Ook heeft de dienst voor de fysische controle bij de periodieke controles geen enkele anomalie kunnen vaststellen.
3.De resultaten van het onderzoek van het FANC in verband met de verklaringen van een ex-werknemer
1. Uit het onderzoek dat het FANC gevoerd heeft naar het incident van 26-10-1999 - waarbij het wagentje waarop de bronnen vervoerd werden, geblokkeerd raakte - en de gevolgen dat dit had voor het personeel, komt het tot de conclusie dat: uit de analyse van de dosimetrie van het ganse beroepshalve aan straling blootgestelde personeel in 1999 en in 2000, kan worden afgeleid dat de maximale dosis voor elk van deze personen, op jaarbasis, 25 maal lager lag dan de limietwaarde die toen gehanteerd werd en 10 maal lager dan deze van vandaag. Men kan evenwel niet garanderen dat alle werknemers hun dosimeter altijd effectief droegen wanneer ze zich in een gecontroleerde zone bevonden, maar het is weinig waarschijnlijk dat een eventueel probleem van een overbestraling had kunnen ontsnappen aan de dosimetrische opvolging van een groep werknemers die individueel hun persoonlijke dosimeters hadden moeten dragen.
2. alle personeelsleden van de firma, of ze nu al dan niet beroepshalve blootgesteld waren, werden aan een jaarlijks medisch onderzoek door de arbeidsgeneesheer onderworpen. Dit medisch onderzoeksprogramma werd door de directie, op vrijwillige basis, ingevoerd. Uit deze onderzoeken is op geen enkel ogenblik gebleken dat deze werknemers op een gegeven ogenblik in het verleden aan een abnormaal hoge stralingsdosis werden blootgesteld.
3. de ex-werknemer die het testament voor zijn familie had opgemaakt, was administratief medewerker, eerst bij het IRE en vervolgens bij Mediris. Hij was geen beroepshalve aan straling blootgestelde persoon gezien zijn functie niet vereiste dat hij zich in een gecontroleerde zone begaf. Hij werd dus ook niet dosimetrisch opgevolgd, maar wel medisch, zoals elk personeelslid van de firma. De oorzaak van zijn dood in 2003 had niets te maken met een mogelijk gevolg van een blootstelling aan ioniserende straling.
4. de ex-collega van de persoon die het testament had geschreven, is in 2002 gestorven aan de gevolgen van leukemie. Het onderzoek van zijn dosimetrie sinds het begin van de exploitatie van de bestralingseenheden in 1978 en gedurende zijn ganse professionele loopbaan, gaf maximale jaarlijkse waarden die ver beneden de reglementaire limieten lagen. De hoogste jaardosis lag 12 maal lager dan de toegelaten limiet. Er kan dus geen bewijs worden gevonden voor een rechtstreeks verband tussen zijn ziekte en een blootstelling aan ioniserende straling.
5. de instellingen die de stralingbescherming in de installaties van de bestralingseenheden controleerden, hebben periodiek metingen uitgevoerd naar dosisdebieten buiten en in de buurt van de blindeercellen waarin zich de bestralingseenheden bevonden. Uit deze metingen zijn geen anomalieën gebleken. Dit sluit a fortiori uit dat er een abnormale blootstelling zou geweest zijn in het kantoor dat in het verleden door de ex-collega, die in maart 2002 gestorven is, gebezigd werd.
4. Verbeteringswerkzaamheden die in de installaties van Sterigenics worden uitgevoerd
De geruststellende elementen hierboven, kunnen het feit niet verbergen dat het onderzoek dat door het FANC gevoerd werd ingevolge de accidentele blootstelling van Mijnheer SOMMAVILLA op 11 maart 2006 eveneens aan het licht gebracht heeft dat er bepaalde punten zijn die in de installatie en in de organisatie verbeterd kunnen en moeten worden om de exploitatie nog beter te beveiligen en om elk gelijkaardig ongeval in de toekomst te voorkomen. De eerste voorschriften die het FANC de dag nadat het ongeval op 31 maart 2006 bekend raakte, heeft opgelegd, hadden reeds tot doel om de werknemers van het bedrijf optimaal te beschermen. Een grondige analyse van het concept en de beveiliging van de installatie is op dit ogenblik nog aan de gang. Er zullen waarschijnlijk nog verbeteringen van de installaties en van de exploitatieprocessen uit deze analyse volgen. In afwachting van deze verbeteringen heeft het FANC de toelating gegeven om de bestralingseenheid GAMMIR I verder te exploiteren, maar er wordt een strikte beveiligingsprocedure opgelegd en het FANC oefent samen met de erkende instelling AVN en de Federale Overheidsdienst “Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg” een versterkte controle uit.
Het FANC heeft regelmatig verslag uitgebracht over de belangrijkste elementen van het ongeval en over de stand van zaken van het onderzoek. Deze persberichten en de informatiedossiers zijn beschikbaar via "Pers"
Het FANC is verplicht objectieve, neutrale en in alle opzichten controleerbare informatie te verstrekken. Dit is ook een van de opdrachten die de wetgever aan het FANC heeft toevertrouwd.
15 Mei 2006



