Radiologisch toezicht op het grondgebied: de resultaten van de metingen van het FANC tonen aan dat er geen enkel gevaar is voor de Belgische bevolking
Het FANC heeft beslist over te gaan tot de controle van de radioactiviteitsniveaus aanwezig in de stofdeeltjes in de lucht en in de regen via de installaties van zijn routineprogramma voor het radiologisch toezicht op het grondgebied. Deze controles zijn op maandag 21 maart van start gegaan. De resultaten bevestigen dat er geen significante radioactiviteit aanwezig is en dat er dus door de Belgische bevolking geen bijzondere voorzorgsmaatregelen moeten worden getroffen en dat er tot op heden geen milieu- of gezondheidsrisico bestaat, zelfs wanneer dit nog lange tijd blijft voortduren.
De controle-installaties zijn de volgende:
- Stofdeeltjes in de lucht (door aanzuiging): Koksijde, Mol (site van het SCK•CEN), Doel (nabij de site van de kerncentrale), Ampsin (nabij de site van de kerncentrale van Tihange), Fleurus (op de site van het IRE-MDS Nordion), Lixhe en Brussel (hoogte 100).
- Afzetting op de grond (door stofdeeltjes, aërosols en regen): Mol (site SCK•CEN), Doel (nabij de site van de kerncentrale), Ampsin (nabij de site van de kerncentrale van Tihange), Fleurus (op de site van het IRE-MDS Nordion), Heer-Agimont, Lixhe en Brussel (hoogte 100).
Actieve koolfilters (houden jodium beter vast) te Mol (site du SCK•CEN) en te Meldert (ongeveer 25 km van Mol).
Alle tot op heden verkregen gegevens via de in België uitgevoerde langetermijnmetingen op stalen van stofdeeltjes in de lucht die dagelijks verzameld worden op stoffilters, evenals de oppervlakteafzetting die in speciaal hiervoor voorziene bakken wordt verzameld, worden weergegeven in een tabel die via deze link beschikbaar is. Deze tabel vermeldt tevens de maximale toegelaten concentraties voor de gasvormige radioactieve uitstoot; concentraties die bij een gemiddeld volwassen individu dat continu over een periode van 1 jaar wordt blootgesteld zou leiden tot een dosis (voor de bevolking) van 1mSv (cf. algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen - ARBIS, bijlage III, tabel H2 – maximale concentratie jodium-131 in de radioactieve gasvormige uitstoot).
De resultaten bevestigen de afwezigheid van enige significante radioactiviteit; de metingen van de radioactiviteitconcentraties liggen over het algemeen op het niveau van de detectielimieten:
- Stofdeeltjes in de lucht (Cs-137 en I-131) :
- Metingen in de buurt van de detectielimieten: ~ 0,1 tot 0,5 mBq/m³ ;
- Er werden sporen van jodium-131 gedetecteerd in de stofdeeltjes in de lucht in alle meetstations, maar de gemeten waarden zijn niet significant want ze zijn van de grootteorde van de detectielimieten en kunnen ook te wijten zijn aan meetonzekerheden die de waarden iets hoger dan in werkelijkheid doen uitvallen.
- Vanaf 27 maart worden er licht hogere waarden van jodium (I-131) gemeten, maar deze zijn nog steeds weinig significant: van de grootteorde van 1 mBq/m³.
- Oppervlakteafzetting (Cs-137 en I-131): de metingen schommelden tot begin deze week rond de detectielimieten (~ 1,5 à 4 Bq/m²). De laatste controles waarin de afzetting door de regen van de laatste dagen is inbegrepen, tonen ons concentraties van de grootteorde van 10 Bq/m². Deze waarden zijn coherent met de metingen van de stofdeeltjes in de lucht die ook tijdens dezelfde periode licht hogere waarden aantoonden.
Inademing van de lucht
De concentraties van radioactief jodium (I-131) in de lucht van een grootteorde van 1 mBq/m³ (maximaal gemeten waarde) zouden bij een gemiddeld volwassen individu dat continu over een periode van 1 jaar wordt blootgesteld tot een dosis kunnen leiden die 17.000 maal lager ligt dan de aanbevolen dosis voor de bevolking (buiten medische blootstelling) van 1 mSv/jaar. Een kind zou in dezelfde omstandigheden een dosis ontvangen die 7.000 maal lager ligt dan de dosis voor de bevolking van 1 mSv.
Blootstelling aan de regen
De regen is inderdaad een zeer doeltreffend mechanisme om de atmosfeer te zuiveren omdat ze allerhande stofdeeltjes, partikels en oplosbare gassen die zich in de lucht bevinden op de grond doet neerdalen met een doeltreffendheid die afhankelijk is van de intensiteit en de duur van de regen, maar ook van de hoogte van de wolken waaruit de regendruppels afkomstig zijn.
De atmosfeer heeft deze laatste dagen inderdaad sporen (~ 1 mBq/m³) van radioactief jodium (I-131) meegevoerd en de regen van de laatste dagen heeft ervoor gezorgd dat deze deeltjes op de grond zijn terechtgekomen, maar gezien de geringe radioactiviteit die in de lucht aanwezig is, kon er op basis van schattingen die begin deze week werden gemaakt, worden aangetoond dat de concentraties van de radioactieve elementen in deze regen die van Fukushima afkomstig zouden zijn, zeer klein zouden zijn en maximaal enkele becquerel per liter zouden bedragen. Regen van 1 mm stelt overeen met 1 liter per m², wat neerkomt op enkele Bq/m²; dit is de grootteorde van de detectielimieten van de gammaspectrometrietoestellen van onze laboratoria. De laatste resultaten van de afzetting na de laatste regen bevestigen deze schattingen, vermits we afzettingen kunnen vaststellen van de grootteorde van 10 +/- 1 Bq/m² van I-131.
Geen bijzondere voorzorgsmaatregelen
Gezien de lage concentraties van I-131 in de lucht en het regenwater en, rekening gehouden met de korte halfwaardetijd ervan, die slechts 8 dagen bedraagt (tijd die vereist is om 50% van de radioactiviteit te doen verdwijnen), moeten er door de Belgische bevolking geen bijzondere voorzorgsmaatregelen getroffen worden omdat het radiologisch risico van dit regenwater, zelfs bij inname ervan, onbeduidend is. Ook voor de landbouwzones, inclusief het vee, moeten er geen beschermingsmaatregelen worden getroffen.
Deze situatie houdt tot op heden dus geen enkel milieu- of gezondheidsrisico in, zelfs wanneer ze nog een tijd blijft voortduren.
Het FANC zal telkens wanneer het nieuwe resultaten van de gespecialiseerde laboratoria ontvangt, deze op zijn website publiceren.
1 April 2011



