3. Basisprincipe van nucleaire veiligheid
Een hoog niveau van nucleaire veiligheid betekent dat maximale preventieve maatregelen worden genomen opdat het personeel, de bevolking en de omgeving aan geen onaanvaardbare hoeveelheid straling zou worden blootgesteld.
Het veiligheidsbeheerssysteem van de uitbater zorgt voor het behoud van een hoog niveau van de nucleaire veiligheid. Tevens dient het de goede veiligheidscultuur te bevorderen: een bewuste en juiste attitude, van alle betrokkenen, t.o.v. veiligheid en gerelateerde maatregelen is immers een belangrijk element om het veiligheidsniveau te behouden en te verbeteren.
Om de gevolgen van een mogelijk falen van uitrustingen en/of menselijke tussenkomsten te minimaliseren, past men het principe van “defence in depth” toe. Volgens dit principe worden verschillende voorzorgs- en beschermingsmaatregelen ("verdedigingsniveaus" genoemd) ingebouwd, zodat bij een eventueel falen van een eerste maatregel er nog andere middelen ter beschikking staan om te voorkomen dat er zich een echt veiligheidsprobleem zou voordoen. Elk "verdedigingsniveau" op zich moet voldoende robuust zijn om zijn preventieve functie te kunnen uitoefenen. Het falen van één verdedigingsniveau mag geen invloed hebben op de werking van een volgend niveau. De combinatie van meerdere verdedigingsniveaus garandeert dus een maximale veilige situatie.
Het veiligheidsbeheerssysteem bevat zowel technische als organisatorische aspecten. Het houdt rekening met de normale uitbatingssituatie, maar neemt ook incidenten en ongevalsituaties in aanmerking. Volgende aspecten zijn in het veiligheidsbeheerssysteem opgenomen:
- de preventie van abnormale werking en falingen, dit door middel van een goed ontwerp en hoge kwaliteit bij de bouw en uitbating. Dit geldt niet alleen voor de installaties op zich, maar ook voor de experimenten die in deze installaties uitgevoerd worden;
- beveiligingssystemen en menselijk toezicht, met het oog op het tijdig opsporen en verhinderen van mogelijke tekortkomingen;
- het beheersen van mogelijke ongevallen door middel van gepaste uitrustingen en procedures, met het oog op het beperken van radiologische gevolgen binnen en buiten de site;
- het interne (van de uitbater) en externe noodplan (van de overheid) om de gevolgen van mogelijke lozingen in ongevalsituaties voor mens en milieu te beperken.



