Alles wat u wilt weten over de uraniumcontaminatie in Ukkel
InleidingBij een routine controle werd een sterk verhoogde uraniumconcentratie vastgesteld in het grondwater in de omgeving van het Sint-Pieterscollege te Ukkel . Dit heeft geleid tot het uitvoeren van een gedetailleerd onderzoek naar de oorzaak van de contaminatie en de verspreiding. Veel omwonenden en ouders van leerlingen van het college stellen zich hierbij vragen. Om hierop een duidelijk antwoord te kunnen geven is een uitgebreid dossier opgesteld, waar via vragen en antwoorden wordt ingegaan op de verschillende aspecten van de verontreiniging. De situatie rond het Sint-Pieterscollege St. Pierre in een notendop
|
Inhoud
Vragen en antwoorden
Uranium is een natuurlijk voorkomend zwaar metaal, dat in alle grond- en steensoorten en in alle watercompartimenten wordt gevonden. Uranium komt meer voor in gekleurde grond- en steensoorten dan bijvoorbeeld in strandzand.
Men onderscheidt ‘natuurlijk', ‘verrijkt' en ‘verarmd' uranium
‘Natuurlijk uranium'
Natuurlijk uranium is uranium met een samenstelling aan isotopen* zoals men in de natuur aantreft. Uranium werd vooral vroeger veel gebruikt bij de vervaardiging van gekleurd glas. Ook komt het voor als bijproduct in kunstmest, gips.en in destijds gefabriceerde keramiek. ‘Natuurlijk en ‘verarmd' uranium lijken qua eigenschappen erg op elkaar. Het zijn op zich relatief onschuldige materialen en zijn zeker geen (kern)wapens.
Verrijkt uranium
Verrijkt uranium, dat voornamelijk wordt gebruikt als splijtstof in kerncentrales en dat enkele procenten U-235* bevat, tegenover 0,72% in natuurlijk uranium, is radioactiever dan ‘natuurlijk' en ‘verarmd' uranium die slechts zwak radioactief zijn.
Verarmd uranium
Verarmd uranium is een afvalproduct van het verrijkingsproces bij de productie van splijtstof voor kerncentrales en bevat minder dan 0,72% aan U-235. Het wordt wegens zijn grote gewicht en dichtheid wel gebruikt voor antitank-munitie. Ook wordt het toegepast als tegengewicht in vleugels of staarten van vliegtuigen. Bovendien wordt het, evenals natuurlijk uranium, in kleine concentraties toegevoegd bij de fabricage van porselein of glas om het een mooie kleur te geven. Omdat het moeilijk doordringbaar is wordt verarmd uranium ook vaak gebruikt als afschermingmateriaal voor grote radioactieve bronnen. Daaruit blijkt al dat het slechts weinig radioactief is.
Als onderdeel van de systematische controle op de kwaliteit van het drinkwater worden 34 plaatsen in het Brussel Gewest regelmatig bemonsterd (zie kaartje 1). Bij de controle van meetpunt So1 werd ook het grondwater in de opslagtank van Sint-Pieterscollege te Ukkel geanalyseerd. Dit water wordt normalerwijze gebruikt wordt voor douches en toiletten.
Aansluitend op de onverwacht hoge uraniumconcentratie vastgesteld in de wateropslagtank, werd het uraniumgehalte op verscheidene plaatsen in de sanitaire installaties onderzocht. Het resultaat gaf telkens een gehalte van de orde van 0,4 mg per liter. Ter vergelijking werd ook een staal van het leidingwater onderzocht, waarbij een uraniumgehalte van << 0,001 mg per liter werd vastgesteld
Er werd ook een slibstaal in één van de verzamelputten van het drainagesysteem onder de sporthal onderzocht. Naast een uraniumgehalte van 28 mg/kg, werd ook een aanzienlijke concentratie aan arseen aangetroffen.
Eén monster van het grondwater is in detail op de aanwezigheid van de verschillende U-isotopen onderzocht. Daaruit bleek dat het hier duidelijk om natuurlijk uranium gaat.
Is er ook buiten de school gemeten?
Het water van de naastgelegen vijver werd geanalyseerd en ook dit bevat een verhoogde concentratie uranium (0,15 mg per liter). De vijver grenst onmiddellijk aan de moestuin van de gemeenteschool. Het water wordt gebruikt om deze tuin te besproeien.
Grondstalen werden genomen rond de sporthal en in de groetentuin van de gemeenteschool. Extra analyses van het grondwater werden ten noorden en ten zuiden van het College uitgevoerd, namelijk in de Vanderkinderestraat, de Stallestraat en de vijver van het Wolvendaal park. Nergens werden verhoogde uraniumgehaltes vastgesteld.
De plaatsen waar de metingen zijn uitgevoerd zijn op het kaartje 2 weergegeven.
Kaartje 1: Controlemeetpunten grondwaterkwaliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Kaartje 2: meetplaatsen detailonderzoek rond het Sint-Pieterscollege
Welke impact kan uranium op de gezondheid hebben?
Uranium is een zwaar metaal, dat bij te grote inname de nieren kan aantasten. Het risico wordt voornamelijk veroorzaakt vanwege de chemische kenmerken en veel minder wegens de radioactieve eigenschappen. De radioactieve belasting wordt veel meer bepaald door het radium dat in zekere mate naast uranium aanwezig kan zijn. Daarom worden water- en bodemstalen ook geanalyseerd op de aanwezigheid van radium.
Uit onderzoek met proefdieren blijkt dat blootstelling aan uranium bij grote inname (van de orde van milligrammen uranium per kg lichaamsgewicht) veranderingen in het functioneren van de nieren veroorzaakt en bij zeer hoge blootstelling leidt tot acute nierinsufficiëntie. Bij het stopzetten van de blootstelling blijkt bijna steeds de nierfunctie weer te herstellen.
Onder chronisch aan verhoogde concentraties van uranium blootgestelde bevolkingsgroepen lijkt geen verhoogde frequentie van chronische nierinsufficiëntie voor te komen. Ook bij oorlogsveteranen met uraniumhoudende scherven in het lichaam zijn daarvan geen tekenen.
In de Scandinavische landen komt natuurlijk uranium soms in relatief hoge concentraties in het drinkwater voor, voornamelijk in private drinkwaterputten. Daarbij zijn uraniumconcentraties tot wel 15 mg per liter vastgesteld, zonder dat er gezondheidseffecten werden waargenomen.
Bestaat er in Ukkel gevaar voor de gezondheid?
Doordat het grondwater in de opslagtank (citerne) niet als drinkwater wordt aangewend, worden voor de vastgestelde (duidelijk verhoogde) uraniumconcentraties geen gezondheidsrisico's verwacht. Uit voorzorg wordt echter geadviseerd om het water uit deze opslagtank voor geen enkele toepassing te gebruiken.
Is er radioactieve straling gemeten?
In en rond de gebouwen van de school werden stralingsmetingen uitgevoerd. Nergens werden verhoogde waarden vastgesteld. De gemeten uranium concentratie is dermate laag dat het opgemeten stralingsniveau niet hoger is dan het “normale” achtergrondsniveau in de Brusselse regio. Het uraniumgehalte in het grondwater is te laag om een (uitwendig)stralingsrisico voor de volksgezondheid te vormen.
Hoe verklaart men die hoge concentraties in het grondwater?
Uranium werd tot het midden van de vorige eeuw veel toegepast in glas en glazuur. Het komt ook voor in nevenproducten uit de fosfaatindustrie (zoals fosforgips en kunstmest). Mogelijks is de herkomst van het verhoogde gehalte aan uranium in het grondwater te wijten aan uraniumhoudend afval dat gestort is in een vroegere zandwinning.
Specifieke condities in en onder een (voormalige) stortplaats kunnen er voor zorgen dat uranium zich aan zuurstof bindt en oplost in het grondwater.
Op sommige plaatsen worden verhoogde concentraties aan uranium en andere zware metalen niet veroorzaakt door de aanwezigheid van een stortplaats, maar door natuurlijke bodemprocessen of door landbouwactiviteiten.
Weet men waar de uraniumvervuiling juist gelokaliseerd is en hoe groot de verspreiding ervan is?
Uit de beschikbare resultaten volgt dat het hoogst waarschijnlijk om een lokaal probleem gaat. Aan de hand van bijkomende metingen gedaan in de omgeving wordt nu getracht de oorzaak van de verhoogde uraniumconcentraties zo precies als mogelijk te lokaliseren.
Dat uranium in verhoogde concentraties nu aan het licht is gekomen, vloeit voort uit de gebruikte onderzoeksmethode. In navolging van een nieuwe Europese Richtlijn heeft Vivaqua, in opdracht van BIM, immers bij het onderzoek op de site aan de Coghenlaan een nieuwe en meer performante onderzoeksmethode (bijkomende analyse op selenium) dan de gebruikelijke standaardmethoden toegepast, en aldus ‘per toeval' ook het verhoogde voorkomen van uranium gedetecteerd.
Hoe groot is de kans dat ook rond andere stortplaatsen uranium in hoge concentraties is uitgeloogd?
Het is niet uitgesloten dat verhoogde gehalten aan uranium ook bij andere stortplaatsen kunnen voorkomen. De noodzaak voor onderzoek bij andere huidige of historische stortplaatsen is nog niet te overzien en moet blijken uit een grondige analyse van het onderzoek verricht op en rond de site aan de Coghenlaan.
Hoe groot is de kans op besmetting bij contact met het uranium?
Het inademen van stofdeeltjes uranium kan een gezondheidsrisico met zich meebrengen. Dat speelt bij deze verontreiniging geen rol. Stortplaatsen worden over het algemeen afgedekt met een laag grond, waardoor er geen risico is op verspreiding van uranium naar de lucht. Daar bij graafwerken met uranium gecontamineerd stof zou kunnen vrijkomen en ingeademd worden, worden momenteel bijkomende analyses uitgevoerd om de contaminatie zo nauwkeurig mogelijk te karakteriseren en te lokaliseren.
Het gebruik, van grondwater en/of vervuild oppervlaktewater is bij deze verontreiniging de meest voor de handliggende besmettingsroute voor mens en dier. Voor de mens is aangetoond aan de hand van scenario's (zie Facts en Figures) dat voor min of meer realistische onderstellingen de impact te verwaarlozen is.
Wat de eventuele impact is op de dieren en het milieu in 't algemeen is niet bekend.
Belangrijk is ook aan te stippen dat er In de omgeving van de onderzochte site geen drinkwater wordt gewonnen.
Moeten mensen die op de voormalige stortplaats zijn geweest zich zorgen maken over hun gezondheid?
Hoe vaak ze er ook geweest zijn, de verontreinigingen hebben geen radiologische gevolgen voor de volksgezondheid, daar er mag van uit gegaan worden dat er geen direct contact is geweest.
Wat kunnen mensen doen of laten om zich te beschermen?
Tot wanneer alle resultaten van het onderzoek gekend zijn is het vermijden van het gebruik van grond- en oppervlaktewater in de directe omgeving van de onderzochte site de beste bescherming.
Wanneer alles onderzocht is zullen dan – indien nodig – de passende beperkende maatregelen worden medegedeeld.
Wat met de bewoners met een groentetuin grenzend aan de vijver?
In de (groente)tuinen die aan de vijver grenzen (waar 0,15 mg per liter aan uranium werd vastgesteld) kan, door besmetting van de grond en door het eventueel besproeien met dat besmet vijverwater, wat uranium in de gekweekte groenten worden opgeslagen.
Bij verbruik van die groenten wordt dan een zekere extra dosis opgelopen. Zelfs onder zeer conservatieve onderstellingen is deze dosis ongeveer 10x kleiner dan de gemiddelde jaardosis afkomstig van natuurlijke bronnen.
In afwachting van het advies van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen(FAVV) van de onderzochte groenten wordt voor alle zekerheid de bewoners met een groentetuin grenzend aan de vijver aangeraden geen groenten uit hun tuin te eten.
Is de verontreiniging in de voedselketen gekomen?
Via de op vervuilde bodem gekweekte groenten kan een heel klein deel van de verontreiniging in de voedselketen terechtkomen. Voor de gemeten concentraties aan uranium (en radium), is het radiologisch effect hiervan op de volksgezondheid niet significant. Er is dus geen radiologisch risico voor de gezondheid.
Waar stroomt dat grondwater naar toe?
Het grondwater stroomt vanuit de onderzochte site van de twee scholen verder in zuidelijke richting naar de Zenne toe. In de metingen van het grondwater die ten zuiden van de onderzochte site werden uitgevoerd werd geen verhoogde concentratie aan uranium vastgesteld.
Hoe groot is de verspreiding van de verontreiniging?
Uit de beschikbare meetgegevens kan worden afgeleid dat het waarschijnlijk om een lokale verontreiniging gaat. De bepaling van de juiste omvang van de besmetting is onderwerp van het huidig lopend onderzoek.
Hoe komt de verontreiniging daar terecht?
Op basis van de aangetroffen stoffen en historische informatie volgt dat het hier geen ziekenhuisafval betreft (bevat geen uranium ) en ook geen kunstmest (trifosfaat bevat wel relatief veel uranium, maar ook andere stoffen die niet zijn aangetroffen). De oorzaak kan wel zitten in het storten van uraniumhoudend glas. Er zal eerst vastgesteld moeten worden wat de bron is van de uraniumverontreiniging, voordat antwoord gegeven kan worden op de vraag hoe het op de voormalige stortplaats terecht is gekomen.
Hoeveel schade heeft de verontreiniging tot nu toe aangericht?
Dat is op dit moment nog moeilijk in te schatten welke de materiële schade is. Dat is mede afhankelijk van de maatregelen die moeten worden getroffen.
Kan de verontreiniging worden aangepakt?
Als dat noodzakelijk is kan de verontreiniging worden aangepakt. Nader onder-zoek moet aantonen hoe dat moet gebeuren. De Gewesten zijn bevoegd voor onderzoek en de aanpak van de chemische bodemverontreiniging.
Op basis van het onderzoek in uitvoering naar de bron en de verspreiding van de vervuiling in het grondwater en bodem, zal de noodzaak aan sanering of aan risicobeheersmaatregelen bepaald worden.
Welke maatregelen zijn getroffen om verdere verontreiniging te voorkomen?
Een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van het Brussels Instituut voor Milieubeheer (BIM), het Sint-Pieterscollege, het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC), het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV), de gemeente Ukkel en de Brusselse Intercommunale voor Waterdistributie (Vivaqua) volgt dit dossier van nabij op. Het onderzoek wordt gecoördineerd door het Brussels Parket. Onmiddellijk na de vaststelling van de verhoogde uraniumconcentratie in het grondwater op de site van het College, werd verder gebruik van dit grondwater voor toiletten en douches verboden en werd ook voor sanitair gebruik overgeschakeld op leidingwater. Tevens werd het gebruik van water uit de gecontamineerde vijver verboden. Op grond van de resultaten van bijkomend onderzoek van water en bodem naar de oorzaak en de verspreiding van de contaminatie, zullen passende maatregelen getroffen worden om het probleem op te lossen.
Facts en figures
In de module facts en figures wordt dieper ingegaan op de cijfermatige resultaten van het onderzoek.
Hoe groot zijn de stralingsdosissen opgelopen door inname van uraniumhoudend drinkwater of voedsel?
Drie scenario's zijn doorgerekend op basis van de resultaten van de analyse op de aanwezigheid van de verschillende uraniumisotopen in het grondwater (zie bijlage 1) Voor de inname van voedsel wordt uitgegaan van de maximaal gemeten uraniumconcentratie in de bodem van 30 mg/kg. We onderstellen dat de radiumconcentratie in de bodem dezelfde waarde heeft. Dit is een zeer extreme onderstelling, daar een bodemverontreiniging met radium van die orde tot een verhoging van het uitwendige stralingsniveau zou leiden (wat niet werd vastgesteld).
De impact van andere zware metalen die naast uranium werden vastgesteld is hierbij niet in rekening gebracht!
Scenario 1 (worst case)
Aannames: Stel het verontreinigde grondwater wordt direct gebruikt als drinkwater en een baby drinkt ongeveer 200 liter per jaar van dit grondwater. Dit is uiteraard een worst case, zo niet onvoorstelbare situatie.
Met behulp van de conversiefactoren (Bq ® Sv) voor respectievelijk uranium en radium voor een 0-1 jarige baby, geeft de inname van 11 Bq per liter een dosis van 0,75 millisievert per jaar door uranium en van 0,02 millisievert per jaar door radium.
Scenario 2
Deze situatie is iets realistischer dan toedienen aan een baby van het gecontamineerde grondwater. Stel dat het verontreinigde grondwater gebruikt wordt om het zwembad te vullen. De uitwendige bestraling is te verwaarlozen, maar de kinderen krijgen bij het zwemmen elke keer 20 milliliter van het water binnen. Stel zij zwemmen gemiddeld 1 maal per week en krijgen dus per jaar 1 liter van dat gecontamineerde water binnen, dat 11 Bq/l aan uranium en 0,018 Bq/l aan radium bevat. Dit ook nog steeds vrij onrealistische scenario resulteert in een dosis van minder dan 0,001 mSv per jaar en dit zowel voor uranium als radium. Dit scenario geeft ook een aanduiding van de jaardosissen opgelopen door het gebruik van dit gecontamineerd grondwater bij het douchen.
Scenario 3
De grond uit de omgeving is ook gecontamineerd met uranium en radium en alle groenten die verbruikt worden, zijn gekweekt in die vervuilde grond.
We onderstellen hierbij zoals hoger vermeld, dat de grond vervuild is met 30 mg/kg en dit zowel voor uranium als voor radium.
De opgelopen dosis door uranium en radium is respectievelijk van de orde van 0,002 millisievert per jaar en 0,21 millisievert per jaar.
Hoe moet men de resultaten interpreteren?
De gemeten uraniumconcentratie in het grondwater bedraagt circa 0,4 mg per liter. Hoewel er voor grondwater geen specifieke normen bestaan, is deze concentratie 30 tot 40 maal hoger dan de maximaal aanvaardbare waarde voor drinkwater. Die wordt meestal op ongeveer 0,015 mg per liter gesteld. Het grondwater wordt niet gebruikt als drinkwater en is niet met het drinkwater- en het leidingwaternetwerk verbonden.
In België worden van nature geen uraniumconcentraties van de orde 0,4 mg per liter aangetroffen in grondwater. Door uitloging vanuit bovenliggende grondlagen worden normaal concentraties van minder dan 0,003 mg (natuurlijk uranium) per liter verwacht. Enkel in de krijthoudende lagen in de streek van Bergen werden soms waarden boven 0,003 mg per liter vastgesteld (met ongeveer 0,011mg per liter als maximale waarde). Het grondwater in het Brussels gewest bevat doorgaans niet meer dan 0,001 mg uranium per liter (zie bijlage 2).
Wat houdt een dosis van 0,77 millisievert (in het allerergste geval) per jaar in?
De internationale dosislimiet voor leden van de bevolking is 1 millisievert per jaar. Vanuit veiligheidsredenen hanteert men een richtwaarde van 0,1 millisievert per bron (men kan aan meer dan één bron zijn blootgesteld, met maximaal blootstelling aan 10 bronnen ). In België bedraagt de gemiddelde jaardosis opgelopen door kunstmatige bronnen 1,9 millisievert (voornamelijk medische toepassingen) en 2,3 millisievert door natuurlijke bronnen.(voornamelijk radon)
De dosis ten gevolge van de volkomen hypothetische situatie ‘gebruik als drinkwater door een baby' benadert de jaarlimiet van 1 mSv voor leden van de bevolking en is duidelijk hoger dan de richtwaarde van 0,1 mSv per bron. Enigszins meer realistische situaties met toch nog erg conservatieve onderstellingen, leiden tot dosissen die de limietwaarde van 1 millisievert niet benaderen.
Bestaan er normen voor uranium in grondwater en drinkwater?
In Europa (en België) zijn geen normen vastgesteld voor de hoeveelheid uranium in grondwater. In Nederland bestaat een streefwaarde van 0,01 µg/l voor uranium in grondwater. Deze streefwaarde is vastgesteld vanuit de aanname dat uranium van nature niet in de Nederlandse bodem (en dus in het grondwater) voor komt. In de US wordt de aldaar geldende limiet van 30 µg per liter voor uranium in drinkwater als drempelwaarde voor grondwater gehanteerd bij de sanering van vroegere uraniumvervuilde sites.
Dat betekent dat de noodzaak van een eventueel ingrijpen en het opleggen van beperkende maatregelen nemen, moet worden gemaakt op basis van een beoordeling door experts.
Voor andere elementen dan uranium die het onderzoek heeft opgeleverd is vastgesteld dat geen sprake is van een ernstig geval van grondwaterverontreiniging.(enkel voor arseen is er een lichte overschrijding van de Brusselse grondwaternorm).
Voor wat uranium in drinkwater betreft, raadt de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) aan, op basis van de evaluatie van de chemische toxiciteit, om de uraniumconcentratie in drinkwater te beperken tot 0,015 mg per liter. Hierbij is ondersteld dat het om een volwassen persoon gaat die 2l per dag drinkt en dat 80% van de dagelijks opgelopen dosis door inname afkomstig is van drinkwater.
In de richtlijn 98/83/CE legt de Europese Commissie de parameters vast die in drinkwater moeten gecontroleerd worden. Dit gebeurt met het oog op de bescherming van de volksgezondheid tegen zowel microbiologische, chemische als radiologische risico's.
Voor het radiologisch risico worden referentiewaarden voor verschillende radioactieve stoffen afgeleid, ervan uitgaande dat de totale jaarlijks opgelopen dosis door de inname via drinkwater niet meer dan 0,1 mSv mag bedragen.
Voor U-238, resp. U-234 leidt dit tot een referentiewaarde van resp. 3,0 en 2,8 Bq/l en voor Ra-226 tot een waarde van 0,5 Bq/l. De strengere waarde voor radium vergeleken met uranium duidt nogmaals op de grotere radiotoxiciteit van radium.
Toetsen van zowel de chemische als radiologische referentiewaarden aan de opgemeten uraniumconcentraties in het grondwater op de site aan de Coghenlaan, maakt duidelijk dat dit water als dusdanig niet geschikt is voor menselijke consumptie.
Bijlagen 
Indien uw vraag hier nog niet beantwoord is kunt u ons contacteren via meldpunt@fanc.fgov.be.





