NL : FR
 RSS
Arrow Sitemap

Onze missie 

' Het FANC bevordert de doeltreffende bescherming van de bevolking, werknemers
en het leefmilieu tegen het gevaar van ioniserende straling '.

RADON

De revaluatie van de radiologische impact van de uitstoot van de radioactieve gasvormige en vloeibare effluenten van de nucleaire inrichtingen in het leefmilieu

Het FANC legt de laatste hand aan de revaluatie van de radiologische impact van de uitstoot van de radioactieve gasvormige en vloeibare effluenten van de nucleaire inrichtingen in het leefmilieu

Een van de eerste opdrachten van het Federaal Agentschap die in het kader van het nieuw algemeen reglement van 20 juli 2001 werd uitgevoerd, is de revaluatie van de toegestane uitstootlimieten van radioactieve effluenten van de nucleaire inrichtingen van “klasse I”1 ; deze omvatten hoofdzakelijk de elektronucleaire reactoren van Electrabel, evenals het studiecentrum voor kernenergie te Mol en bepaalde installaties van de splijtstofcyclus op de site van Mol–Dessel.

Dit was nodig omwille van verschillende redenen:

  • Bepaalde bedrijven werden opgericht in de jaren zestig of zeventig en hun uitstootlimieten werden bepaald op basis van toenmalige normen die soms zelfs nog van de jaren vijftig dateerden en die dus ruimschoots verouderd waren.
  • De methodes die gebruikt werden voor het bepalen van de uitstootlimieten van de verschillende inrichtingen waren niet homogeen, waardoor het soms moeilijk was om ze te interpreteren en te vergelijken.
  • Bepaalde bedrijven hadden het voorwerp uitgemaakt van opeenvolgende wijzigingen of uitbreidingen en de globale impact van de inrichting werd niet systematisch gerevalueerd bij elke wijziging.
  • Via de uitvoering van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 werden de Europese richtlijnen omgezet waardoor er op het gebied van de bescherming van personen strengere gezondheidsnormen werden opgelegd dan in het verleden: terwijl voordien de jaarlijkse toegelaten dosis (te wijten aan de nucleaire activiteiten, met uitzondering van de medische blootstellingen3 ) voor personen van het publiek 5 millisievert (mSv) bedroeg, werd deze dosis tot 1 mSv teruggebracht op basis van de in 1990 door de ICRP uitgevaardigde aanbevelingen.
  • In verband met bovenvermeld punt, werden er tevens - als resultaat van recente wetenschappelijke onderzoeken - nieuwe effectieve dosiscoëfficiënten (Sv.Bq-1) door het ICRP2  gepubliceerd en omgezet in het Algemeen Reglement.

Derhalve was elke exploitant verplicht om een dossier in te dienen met hetzij de rechtvaardiging van de handhaving van zijn uitstootlimieten van vloeibare en gasvormige effluenten, hetzij met voorstellen voor nieuwe limieten om deze te doen overeenstemmen met de nieuwe basisgezondheidsnormen vermeld in het Algemeen reglement van 20 juli 2001.

Om de benaderingen te harmoniseren heeft het Agentschap aan elke exploitant gevraagd om voor zijn inrichting het volgende te verstrekken:

  • De inventaris van de uitstootpunten van de vloeibare en gasvormige effluenten, evenals de historiek van de uitgestoten hoeveelheden, alsook hun aard en kenmerken (isotopische samenstelling).
  • Een evaluatie van de radiologische impact4  van de gemiddelde uitstoot van de laatste tien jaar; deze impact wordt berekend volgens dezelfde methode als voor de kerncentrales (meest uitgewerkte methode) door evenwel gebruik te maken van de meest recente conversiefactoren en parameters.
  • De radiologische impact van de jaarlijks toegelaten uitstootlimieten, ten einde na te gaan of ze overeenstemmen met de basisgezondheidsnormen.
  • Een voorstel m.b.t. nieuwe uitstootlimieten in die gevallen waarin ze niet conform waren met de basisgezondheidsnormen.

Het advies van de erkende instelling (AVN5  of AVC)  moet worden gevoegd bij de voorstellen van de exploitanten.

De resultaten van de evaluaties worden samengevat in de tabel in bijlage.

In het algemeen gebeurde de berekening van de in deze tabel vermelde doses op een zo conservatief mogelijke manier. Ze geeft dus geen schatting weer van de werkelijk ontvangen dosis maar van de bovengrens hiervan, waarbij de werkelijkheid waarschijnlijk een of twee grootteordes lager ligt.

Op basis van deze tabel kan het volgende worden vastgesteld:

De voorgestelde limieten voldoen aan de doelstellingen m.b.t. de volksgezondheid; het ALARA-beleid (“As Low As Reasonably Achievable'') dat werd opgelegd door het Algemeen Reglement heeft als gevolg dat de reële uitstoot slechts een fractie is van de toegelaten limieten.

Het studiecentrum voor Kernenergie (SCK•CEN) en Belgoprocess (opslag van afval) te Mol hebben een significante reductie voorgesteld van hun uitstootlimieten.

Inrichtingen zoals FBFC (fabricage van brandstof voor de reactoren van het type UO2 te Mol), Belgonucleaire (vervaardiging van MOX-splijtstof) te Dessel, IRMM (onderzoekscentrum) te Geel hebben een marginale radiologische impact (10µSv).

De kerncentrales hebben eveneens limieten die een radiologische impact induceren van een vijfde tot een derde van de toegelaten dosis. De centrales werden gebouwd volgens zeer strikte Amerikaanse regels waarbij een jaarlijkse maximale radiologische impact van 50µSv per eenheid werd aanbevolen en van 0,25mSv per nucleaire site. Het verschil tussen de toenmalige gebruikte coëfficiënten en de formele definitie van de dosis verklaart het verschil.

Ten slotte moet er worden benadrukt dat de uitstootniveaus van de verschillende inrichtingen onderling niet kunnen worden vergeleken gezien ze totaal verschillende industriële activiteiten hebben met van nature verschillende effluenten.

Deze voorstellen m.b.t. de maximale radiologische impact en dus m.b.t. de uitstootlimieten van de verschillende inrichtingen werden uiteengezet en door de Wetenschappelijke Raad van het Federaal Agentschap in december 2006 goedgekeurd. Hieromtrent werd een schrijven aan de exploitanten verstuurd.

De exploitant moet er zich bij elke aanpassing van zijn inrichting van vergewissen dat wanneer de uitstoot van de effluenten in het leefmilieu (hetzij door hun aard, hetzij door de plaats van uitstoot) wijzigt, dit niet leidt tot een verhoging van de radiologische impact ervan.

Tenslotte moet er nog worden opgemerkt dat er, naast deze jaarlijkse beperkingen m.b.t. de uitstoot van radiologische effluenten, waarschuwingsdrempels bestaan die op kortere termijn gecontroleerd worden (weken/maanden), evenals continue metingen om elke mogelijk abnormale situatie of tendens te detecteren en om desgevallend hieraan te verhelpen.

  1. Voor de definitie van de indeling wordt verwezen naar « Jurion »
  2. Ter herinnering: de blootstelling te wijten aan  natuurlijke radioactiviteit bedraagt in België 2,5 tot 3 mSv per jaar
  3. International Commission on Radiological Protection: is een internationale onafhankelijke commissie van deskundigen die richtlijnen en aanbevelingen op het gebied van de stralingsbescherming uitvaardigt, in het bijzonder voor de bescherming van personen die tot het publiek behoren;  website: www.icrp.org 
  4. De geëvalueerde radiologische impact is de dosis die het “kritisch individu” ontvangt.
    Het “kritisch individu” is een fictief individu dat potentieel het meest blootgesteld is aan de straling die afkomstig is van alle blootstellingswegen tegelijkertijd en dit door zijn lokalisatie en levensgewoontes. Hij verblijft op een plaats waar de concentratie aan radioactieve polluenten maximaal is (grensgebied met nucleaire site), eet voedsel uit zijn tuin dat besmet is met radioactieve isotopen, zwemt in water waarin vloeibare radioactieve effluenten worden gestort...Dit individu bestaat natuurlijk niet, maar de fictieve dosis die hij ontvangt, geeft een beeld van de bovengrens van de blootstelling .
  5. Zie www.avn.be


Meldpunt

 
ensreg
 
 

INES


 printvriendelijk mail een vriend Home

Copyright 2007 © - Wettelijke vermeldingen